Voorbeelden van het gebruik van Christus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
God en Christus waren hoogstens vage begrippen.
Ja. Christus, wat een puinhoop.
Jezus Christus, Woody.
In de naam van Jezus Christus.
die de eersteling is van Achaje in Christus.
Datering: Het boek 2 Tessalonicenzen is waarschijnlijk geschreven in 51-52 na Christus.
Christus' bloed ligt op de Galapagos Eilanden?
Christus, hetzelfde huis?
Zelfs Christus heeft vieze voeten moeten wassen.
Die zeggen, dat Christus, de zoon van Maria, God is, zijn ongeloovigen.
Zorgen dat Christus je niet naar een zinkgat leidt.
Zo zijn dan ook verloren, die in Christus ontslapen zijn.
Ten tweede vonden de kruistochten plaats van circa 1095 tot 1230 na Christus.
Jezus Christus.
Zij zijn de beschermers van de nakomelingen van Jezus Christus.
Christus, zij is op het… station!
Christus had twijfels.
Christus, dat zijn veel mensen.
Christus' bloed is op de Galapagoseilanden?
U bent niet Jezus Christus.