Voorbeelden van het gebruik van Dagje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kan je niet nog een dagje blijven?
Vooruit. En jij hebt een dagje vrij.
Ik heb ze een dagje vrij gegeven.
We zijn een dagje gesloten.
Het is jouw dagje.
Nee, hij heeft een dagje vrij vanwege persoonlijke omstandigheden.
Ik blijf een dagje in bed.
Neem een dagje vrij.
Ik neem een dagje vrij.
Neem een dagje vrij.
Hij heeft een dagje vrij.
Meneer. Mag ik een dagje weg?
Hij heeft een dagje vrij.
Nee, gewoon een dagje met mijn zoon.
Moira, het was me het dagje wel hier.
We redden het wel een dagje zonder je.
Het is de meid's dagje vrij.
Misschien moet je een dagje vrij nemen.
Jouw idee? Ik heb een dagje vrij nodig.
Ik ben een dagje eerder.