Voorbeelden van het gebruik van De ander in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We kunnen doen alsof de ander.
Ik, jij en de ander.
Een werd doodgestoken, de ander werd doodgeslagen.
Drie bronchitis patiënten, de een na de ander.
wij één vinden dan ook de ander.
Dus een van jullie liegt, de ander niet.
Maar niet met hem, met de ander.
Niemand verraadt de ander.
Het is de ene absurditeit na de ander.
Hem afwijzen en vertrekken is gemeen. Je hoopt dat de ander er net zo over denkt.
Ik praat niet met jullie over de ander.
fles met Oxy in de ander.
overkomt ook de ander.