Voorbeelden van het gebruik van De deur in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vraag hem maar hoe die kogelgaten in de deur komen.
De vierde deur.
Ik rook aansteker-benzine, op de deur.
In de gang, de tweede deur links.
Arthur? Wie laat anders de deur open?
Open de deur.- Open de deur.
Liam, er zijn zeven stappen naar de deur.
Hoi, vriendje. De deur is open.
Achteruit. Sluit de deur.
Nee, Bobby staat niet voor de deur.
midden op de dag met de deur open.
Hé.-Ja. Doe de deur open.
Ik volgde Mo naar de deur.
Met mijn traangas, de deur op slot.
Achteruit. Sluit de deur.
Maar ik dacht dat de deur op slot zat?
Wie laat er anders de deur open.
Laat hem maar. Doe de deur dicht.
Het zijn zeven stappen naar de deur, Liam.
Als je in dit huis bent, blijft de deur open.