Voorbeelden van het gebruik van De jongen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Michael, ik vind de nieuwe jongen waarmee je omgaat niet leuk.
Doch de jongen wist er niets van;
Ik ben de jongen zonder telefoon.
Praat de jongen opnieuw?
Zegt de jongen met een fietshelm? Werkelijk?
De jongen woont in het dorp, meneer.
De jongen houdt echt van me,
De jongen in een fastfood frietjes eten.
Doch de jongen wist er niets van;
En de jongen in de auto dan?
De jongen die het geld leverde in de bossen, heeft ingehuurd.
Ik wil zien, wat de jongen in huis heeft. Wat?
De jongen die is omgekomen? Je kunt dit niet vertellen, want.
Is de jongen met de fiets nog niet langs komen rijden?
De jongen groeien rap op.
De jongen die de asperges bracht,
De jongen draait op een schommel in de tuin.
De jongen is in goede vorm.
De jongen die deze helm vroeger heeft gedragen, is verdronken.
Met de jongen met de nieuwe iPhone.