Voorbeelden van het gebruik van De kansel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De kansel is in 1890 gemaakt door William Paterson.
De kansel werd in 1462 door kardinaal Nicolaas van Cusa geschonken.
De huidige kansel met het klankbord stamt uit circa 1600.
Het retabel en de kansel, die stilistische overeenkomsten vertonen, dateren beide uit de 17e eeuw.
Als de kansel maar ontploft.
We zien hem meestal op de kansel met 'n gelukzalige glimlach.
Ergens ben je beginnen denken dat de kansel en de Congreszaal je maakten wat je bent.
Daarnaast is het kruis tegenover de kansel te laag opgehangen.
Het altaar, het orgel en de kansel werden verwijderd.
En deze… Leg z'n lijk in z'n kerk, in de kansel.
Ik heb u de laatste tijd niet op de kansel gezien.
Ik zou niet willen dat zij op zondag van de kansel naar me glimlachte.
Je geeft toe dat je dit op de kansel hebt gezegd?
Ik breng meer tijd door in dit ouwe wrak dan op de kansel.
De veelhoekige kansel dateert uit 1564 en rust aan de zuidelijke kant van het kerkschip op een vierhoekige voet.
Wel werden de kansel, de communiebank en de biechtstoelen in de jaren 1965-1966 als gevolg van de hervormingen na het Tweede Vaticaans Concilie permanent verwijderd.
De kansel en het doopvont volgden later
Het neogotisch altaar werd in 1969, zoals ook de neogotische kansel en het neogotische gestoelte,
Het altaar, de kansel, het doopvont en de orgelkas dateren allen uit de periode van de grote verbouwing tussen 1823-1832.