Voorbeelden van het gebruik van De nor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik had je moeten laten rotten in de nor.
Dit wordt je derde keer in de nor.
We moeten op tijd in de nor zijn.
En voor ik het weet, zit ik in de nor.
Lino Prieto zit al een maand in de nor.
Je kunt geen geld uitgeven in de nor.
Hij zit in de nor.
Je wilt geen diarree in de nor.
Anders zat ik nu in de nor.
Dan zat ik zeker in de nor.
Ik wil haar verhoren voor Louis Tobin de nor in gaat.
gaat hij de nor in.
De nor is er voor de mensheid,
Dit is de nor niet.
Naar de nor van Voyager?
Als de Zweed uit de nor komt, gaat deze eikel eraan!
De nor is mijn thuis.
De nor in met hem.
Als gangster ga je ofwel naar de nor, ofwel naar de haaien.
De nor is gewoon een slaap opvang met sleutels die grijpklaar liggen.