Voorbeelden van het gebruik van De nor in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
In de nor zijn geen condooms!
De nor, wil je daar naartoe?
Hij racet naar de nor, maar is te laat.
De nor, wil je daar naartoe?
De nor is er voor de mensheid,
Jij bent die slet uit de nor die Karens man stal.
Wie zegt dat de nor je niet op de buitenwereld voorbereidt?
Fijn dat de nor je helpt om de grens van je kunnen te bereiken.
Ik zat in de nor.'.
Eén keer in de nor.
Stuur me terug naar de nor.
Jullie hebben alle tijd in de nor.
Teddy en ik hebben die vent vier jaar geleden de nor ingestuurd.
Daarnaast is hij je broer en hij haat de nor.
Je hebt geen vrienden in de nor.
Ze is net als die bullebakken in de nor.
Ik zit in de nor.
Overal is beter dan de nor.
Gaat m'n pa naar de nor?