Voorbeelden van het gebruik van De schoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wil je de schoen passen?
Eerst de schoen passen.
Je hebt de schoen in het zwembad gegooid.
Wie de schoen past, D'Arce.
Nee. De schoen eerst.
Nou als de schoen past… Doen ze niet.
De schoen kan alleen daar vandaan komen.
De schoen eerst. Nee.
Waarom zat de schoen dan niet meer aan zijn voet?
Ik moest de schoen neerleggen!
Wie de schoen met fosfor past.
Nu zit de schoen in de andere nek.
Henry, de schoen is echt.
De schoen, Graham!
Ten derde, hij vond de schoen die ik verloren was.
Wie de schoen past… Trekke hem aan!
Wie de schoen past… Je voelt je vast rot.
Dus waar wringt de schoen, Kupfer?
Stel dat de schoen om de wijn past?
Daar raakte de schoen me.