Voorbeelden van het gebruik van De storm in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik sliep de hele nacht voor de storm.
Mijn enige licht in de storm.
Een wees in de storm.
Het is gewoon de paniek voor de storm.
Er was iemand buiten in de storm.
Was je erbij toen hij in de storm een vlieger opliet?
De zware storm die het Kanaal teistert, bemoeilijkt de reddingswerkzaamheden.
Waarschijnlijk komt dat door de storm.
Toen kwam de storm opzetten.
Kent de storm het plan?
En de storm dan?
De hevige storm die werd veroorzaakt, zoog de ijskoude regen uit de lucht.
De storm steekt op en ze zijn moe.
De storm komt eraan.
Verdoem de storm.
De storm komt eraan, commandant.
De storm tegemoet.
De storm is voorbij.