Voorbeelden van het gebruik van Drinken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij kan zoveel drinken als hij wil.
Niet drinken om te vergeten.
Wat mensenbloed drinken, schatje. Jij moet.
Drinken is verboden in het lab.
Waarschijnlijk wil ze gewoon nog wat drinken.
Minder drinken dan ik deed.
Overdreven drinken, slechte eetlust,
Jij zult drinken op de dood van Lagertha.
Niet drinken, niet rijden.
Met drinken en weglopen?
Drinken is nu van het huis.
Drinken we koffie op het dak?
Ik ben mijn drinken binnen vergeten.
Ze is beneden wijn aan het drinken met m'n vader. Toch wel.
Drinken, Charlie.
Matig drinken kan geen kwaad.
Drinken op onze toekomst.
Misschien was drinken een slecht idee.
We drinken koffie in de salon.
We drinken, we neuken en kijken naar oude films.