Voorbeelden van het gebruik van Een immigrant in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als je een minderheid bent, of een immigrant uit 'n Arabisch land… gelden burgerrechten niet.
Zijn vader was een immigrant, bezat zijn eigen garage.
Een immigrant. Ze werkt in een buurtsuper.
Uwe Excellentie… voor een immigrant die bij monniken huist.
We zoeken een immigrant.
Dat lijkt me een goede job voor een immigrant.
Hij was een Boheemse, een immigrant.
Bianca Esteverena, 32, een immigrant uit Argentinië.
Het wordt algemeen aanvaard dat hij een immigrant was uit Jemen.
Is dit gemaakt door een nieuwe immigrant?
Ik ben een immigrant.
Het was een immigrant.
Ik ben ook een immigrant.
Hij was een immigrant.
Deze arme ziel is een immigrant.
Maar je bent gewoon een immigrant.
maar ik denk dat het een immigrant was.
Hij is een immigrant.