Voorbeelden van het gebruik van Een vis in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het was een grote vis.
Nogal een kleine vis, nietwaar?
Ik ben een Vis.
In de oceaan is er altijd ergens een grotere vis.
Hij voelde als een vis.
Er is een grotere vis.
Ik dacht dat ik een Vis was.
Nee, een kleine vis.
Niemand kan je vinden door het water, behalve een vis.
Behalve dan dat hij zo dood is als een vis.
Beloofd. Hoe moeten we een onzichtbare vis zien?
We hebben een nummer met een kajuit en een vis.
Tarbot is een vis.
Dat is echt een grote vis.
Piranha was het aas voor een grotere vis.
Ik zou veel succesvoller zijn geweest als een meeuw of een vis.
Ik dacht dat ik een Vis was.
De steur is een koninklijke vis.
Alcohol is voor hen als water voor een vis.
