Voorbeelden van het gebruik van Eigenwijs in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze was eigenwijs.
Het is m'n karma, doordat ik eigenwijs ben.
Word niet eigenwijs.
Daar gaan we dan. lk ben gemeen, eigenwijs en onredelijk.
Hij is eigenwijs.
Ik sta erom bekend dat ik een beetje eigenwijs ben.
Wat eigenwijs, maar met een goed gevoel voor humor.
Ze is eigenwijs, heeft een sterke wil.
Ik ben niet de enige die eigenwijs is.
Wees niet eigenwijs.
Er zijn verschillende versies van zijn vertaling:"bitter","geliefd","eigenwijs" en"sereen.
Je bent zo eigenwijs!
Ja? Nee, alleen zeer eigenwijs.
Er is nog iets anders. Ik bedoel, hij is een beetje eigenwijs, maar.
Geef toe, je was een beetje eigenwijs.
Dat ik eigenwijs was, ongehoorzaam,
Altieri was te eigenwijs, en kwam alleen hierheen om te controleren.
Je bent niet eigenwijs.
Je bent eigenwijs.
Soms zijn de haren van onze little ones net zo eigenwijs als de kinderen zelf.