Voorbeelden van het gebruik van Ezel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De ezel wil niet vámonos.
Ik heb het van de ezel gepakt en aan de muur gehangen.
Een ezel is drie miljard kwijt door Concentra!
Dat kan de ezel niet geweest zijn. Wie zei dat?
Kun je me op de ezel helpen?
Bud is een beetje geestelijk gehandicapt, omdat hij door een ezel getrapt is.
We kunnen de ezel vast wel verschuiven.
En die ezel zei hij weet de weg.
Hoe vervoert ie dat met een ezel, anderhalve vrouw en een bochel?
Dit gaat de ezel niet leuk vinden.
Zijn het kostuum en de ezel nog in de kelder?
Ho, ezel.
Ik wil je een kaartje geven, ezel.
Ik ben met je getrouwd, ezel.
Oh, ga weg van me, jij ezel!
Waar is m'n ezel, verdomme?
Dus deze ezel bedankt voor mijn hulp?
Dit is mijn ezel.- Zoon. Vader.
Achter je, ezel.
Je bent geen ezel.