Voorbeelden van het gebruik van Fijn dat je in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Fijn dat je iets om handen hebt.
Fijn dat je wakker bent.
Tony, wat fijn dat je er bent.
Fijn dat je belt.
Arthur, wat fijn dat je er bent. Bunny.
Ally, fijn dat je er bent.
Fijn dat je gekomen bent.- Winter.
Gefeliciteerd. Fijn dat je er bent.
Fijn dat je dat vindt.
Fijn dat je me wilt helpen.
Het is fijn dat je zo om ons geeft.
Maar fijn dat je aan me dacht.
Fijn dat je er was.
Fijn dat je er bent. Ja, Tom?
Fijn dat je het restaurant hebt geannuleerd.
Fijn dat je zo'n goede bui hebt, Baltar.
Fijn dat je er was, Thierry.
Fijn dat je Jake komt brengen.
Fijn dat je het goed vindt.
Fijn dat je je beter voelt.