Voorbeelden van het gebruik van Fluitje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoorde ik een fluitje?
Ze werden geroepen. Nee, het fluitje.
Een jongen zonder fluitje.
Hou op met dat fluitje!
Korte broek jong homo' s kont beelden hij tongen dat rundvlees fluitje maken 5:30.
Gebruikt ze een fluitje?
Of wil je dat fluitje inslikken?
Dat is het fluitje voor het touw.
Heb je je fluitje?
Coach, kan ik je fluitje even bekijken?
Waarderend fluitje Hey!
Bent u uw fluitje kwijt?
Totdat ik het fluitje inslikte.
Ik zou zweren dat ik een fluitje hoorde.
Het heeft het fluitje meegenomen.
Ik heb vandaag ook mijn fluitje meegebracht.
blaas hard en agressief op het fluitje.
Waar is mijn fluitje?
Je hebt een fluitje.
Ze konden naar een object wijzen, of het fluitje nadoen.