Voorbeelden van het gebruik van Ga uit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ga uit mijn truck.
Ik ga uit en ga lekker 16 stukjes kippenvleugel eten.
Ga uit de weg, Mickey!
Ga uit m'n zetel.
Ga uit m'n hoofd.
Ga uit de wagen.
Ga uit mijn bed.
Ga uit mijn jaeger.
Ga uit, spreek af met je vriendinnen,!
Ik ga niet uit eten met je.- Kirsten.
Ga uit mijn stoel.
Ga uit mijn kamer. Niet oké.
Ga uit mijn huis.
Ga uit de weg!
Chelsea, ga uit de wagen!
Ik ga niet uit met hem. Ik weet het.
Ga uit mijn bed.
Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!
Ga uit de weg!
Ga uit het huis van je moeder.