Voorbeelden van het gebruik van Gaan op in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We gaan op Donny toosten met zijn familie.
We gaan op oorlogspad.
Welke kant gaan we op?
We gaan op tour.
Dus… waar gaan we op drinken?- Alleen water?
We gaan op de Enterprise verder met ons onderzoek.
Jullie gaan op eigen Cardassiaanse schepen vuren?
Welke kant gaan we op?
De Daltons blijven echter gevangen en de indianen gaan op oorlogspad.
Maar we gaan op die leegte af.
We gaan op berenjacht.
Ze gaan op de loop.
Hun schilden gaan op.
Zij gaan op het plein landen.
Ze gaan op tournee.
Ze gaan op de heuvels af.
Ze gaan op het plein landen.
Rummler en ik gaan op een lange safari.
Zeilschip Paar gaan op een fiets rijden op het strand.
We gaan op vogels jagen.