Voorbeelden van het gebruik van Gepeupel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het gepeupel is al in Versailles.
Het gepeupel heeft je bijna.
Het is gepeupel. Maak je geen zorgen.
Als ze het vertrouwen van het gepeupel krijgen, wie weet wat ze dan doen.
Laat ze de legende maar in de arena zien samen met de rest van het gepeupel.
Jullie zagen dat gepeupel!
Een leger van gepeupel.
Ik haat het onbeschaafde gepeupel!
Ik ben gepeupel.
Eerste senator van Rome worden? Hoe kan iemand, anders meester van het gepeupel en?
Hoorde je hoe Tick"gepeupel" zei?
Geen idee wat een gepeupel is, Vande-klungel.
Trouwens, ik wil alles horen over je avonturen onder het gepeupel.
De Heer Jezus Christus zal over mij oordelen, geen gepeupel zoals u.
Geweldig. Onze mooie stranden volgepropt met gepeupel.
zelfs voor gepeupel.
Het gepeupel dat niet in de pas wenst te lopen… verzamel ze.
Wat is dit, gepeupel?
Waarom is Oxfords man daar bij het gepeupel?
Vaarwel, vies gepeupel.