Voorbeelden van het gebruik van Geven hen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vertel hen de waarheid en geef hen de Zonnesteen.
Vertel hen de waarheid en geef hen de Zonnesteen.
Geef hen mij niet.
Hij gaf hen een opdracht.
Wie geeft hen wapens?
We gaven hen een nieuw leven.
We gaven hen instructies en een blad papier.
Ik geef hen snoepgoed.
De DEA gaf hen toelating, niet jij.
En Ik geef hen uitstel, Voorwaar, Mijn plan is sterk.
Ik geef hen een test.
Maar jij geeft hen niet eens kans daartoe.
Het geeft hen structuur.
Ik geef hen niet nog meer geld.
Geef hen jullie wapens.
Dit gaf hen de gemoedsrust om door te gaan.
Maar geef hen nooit een echt verhaal.
U gaf hen de naam van Bayliss.
Ik gaf hen elk een eervolle dood.
Dat geeft hen nog een extra gijzelaar.