Voorbeelden van het gebruik van Groentje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Luister, groentje, we hebben geen geheimen voor elkaar.
Toen jij een groentje was brak je het record van aanhoudingen.
Het is een groentje, maar wij zorgen ervoor dat alles goed afloopt.
Lang geleden, groentje.
Niet voor jou, groentje.
Verkeerde slang, groentje.
Je bent een groentje, maar je kan goed worden.
Groentje, ik weet dat wilt
Dit groentje zal jullie naar buiten leiden.
Van groentje naar rechercheur?
Welkom terug, groentje je bent een held.
Dat moet een groentje zijn.
Ik ben geen groentje meer.
Meer water, groentje.
Niet slecht voor een groentje.
Ze is een groentje, maar ze heeft wel talent.
Groentje, ik weet dat je wil
Dat groentje was voor de show.
Een groentje. Hij is.
Geen praatjes, groentje.