Voorbeelden van het gebruik van Hebberig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben niet hebberig.
We zijn niet hebberig.
Maar ik ben hebberig.
Yates werd hebberig.
En ik ben niet hebberig.
Maar ik was jong… hebberig en dom.
Hij werd hebberig.
Als je denkt dat je goud krijgt voor je hebberig geest?
En jij, hebberig ventje.
De pot op ermee, ik ga je hebberig tante een nummer geven.
Klein hebberig uitzuigertje.
U was hebberig, net als Lysette.
Hebberig is prima.
Je bent hebberig en je hebt insecten-ogen.
Hebberig ziekenhuis dat niet van hem afpakken.
Waarom? Misschien werd zijn partner hebberig en wou hij al het geld?
Het lijkt hebberig om meer van jou te vragen, oh magische doos.
Oké? Jullie zijn hebberig geworden net als de inheemse Amerikanen?
Ze hebben alle ruimte ingenomen, zo hebberig.
Zonder dat ik hebberig was.