Voorbeelden van het gebruik van Hem vasthouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Lk wil hem vasthouden.
Drie mensen moesten hem vasthouden.
Ik moet hem vasthouden.
Ik kijk of ik kan ontdekken waar ze hem vasthouden.
Hier, schatje, je mag hem vasthouden.
Drie man moest hem vasthouden.
Ik moet hem vasthouden.
Ik wil gewoon zien waar ze hem vasthouden.
Tot zolang mogen we hem vasthouden.
Ik mocht hem vasthouden.
Dan moet ik hem vasthouden.
Mag ik hem vasthouden? hem vasthouden.
Mag ik hem even? Ik wil hem vasthouden.
Onze man binnen de CIA zal ons vertellen waar zij hem vasthouden.
Ja, ik wil hem vasthouden.
Treurig, hè? Je wilt hem vasthouden.
Laat me hem vasthouden.
Luister… u moet hem vasthouden.
Je moet hem vasthouden.
Drie man moesten hem vasthouden.