Voorbeelden van het gebruik van Het anker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Haal het anker in!
Goed… waar is het anker van Gene Zijde?
Je weet waar het anker is. Liegen.
We maken de vis vast aan het anker en de anker aan de kajak.
Dat betekent toch, dat het anker in het water ligt?
Het anker dat hem deze keer hier zal houden.
Zullen we het anker lichten, Peter?
Ik moet alleen eerst het Anker vinden en vernietigen.
Het anker naar Gene Zijde.
We volgen het anker naar beneden.
Het anker is geen ding, het is een persoon.
Het anker viel op de sleepboot!
Haal het anker op!
Het anker naar Gene Zijde.
Goed… waar is het anker van Gene Zijde?
Hijs het anker. We vertrekken naar Egypte.
Wat als zij het anker werd?
Nee. Waarom het anker heffen nu?
Ik ben dus officieel het anker in deze relatie.