Voorbeelden van het gebruik van Het horen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij moest het horen.
Ik wil het horen. Nee.
Sorry, maar ik wil niet dat ze het horen.
Je moet het horen.
Iedereen zal het horen.
wil ik het horen.
Dus misschien kun je het horen als ik zeg dat.
Laat je vader het niet horen.
Ik moet het horen.
Ik moet het horen.
Iedereen zal het horen.
Elsa het horen?
Goedemorgen.- Ik wil het niet horen.
Iedereen zal het horen.
maar jullie moeten het horen.
Ik kan het niet horen.
Hij kon het horen.
maar je moet het horen.
Kon hij het horen toen jij de zaak daarnet besprak?
Laat het me horen. Begrepen?