Voorbeelden van het gebruik van Het openmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zal ik het openmaken?
Je moet het openmaken.- Oké.
Ga je het openmaken?
Zal ik het openmaken?
Van oma mocht ik het openmaken, maar ik zei dat het privé was.
Moet ik het openmaken?-Racheli. Wauw.
Dus jij… mag het openmaken terwijl ik deze losmaak.
Moeten we het openmaken?
Jullie mogen het nu openmaken.
Moet ik het openmaken?
Mag ik het openmaken?
Je wilt het openmaken en ermee spelen.
Zullen we het openmaken?
Zal ik het openmaken?-Jaren.
Je kunt het openmaken. Het is al goed.
Kan je het openmaken?
Mag ik het openmaken?
Moeten we het openmaken?
Ik moest het openmaken.
Hoe gaan we het openmaken?