Voorbeelden van het gebruik van Het toeval in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Aan de ene kant lijkt het moeilijk te geloven dat het toeval zou zijn.
Of de natuur, dat maakt niet uit…- Noem het toeval.
Ik zei dat het toeval was.
Ze zei dat het toeval was.
Soms moet je het toeval een handje helpen.
Of hangt het leven van het toeval aan elkaar?
Laat het toeval of liever de Voorzienigheid begaan.
Maar het toeval wil, ik ben op zoek naar een diamanten ring.
Sommigen noemen het toeval, anderen een mysterie.
Denk je dat het toeval is dat je hierbinnen zit?
Misschien was het toeval, maar… Komt voor elkaar.
Op het toeval.
En het toeval blijft zich opstapelen.
Zelfs het toeval helpt de gek!
Het toeval waarop we gewacht hebben.
Denk je dat het toeval is?
Het toeval speelde ons echter in de kaart.
Niets aan het toeval overgelaten.
Het toeval kan mee- of tegenvallen.
Niets aan het toeval overlaten.