Voorbeelden van het gebruik van Het virus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het virus is klaar, zegt Diana.
Ik moet het virus stoppen!
Ja, het virus is wetenschappelijk aan te tonen.
Wij zijn hier veilig voor het virus en we zijn El Toro daarvoor dankbaar.
We weten dat het virus maar schijn is.
Het virus zal zich verspreiden.
We weten welk dier… het virus draagt en we hebben uw hulp nodig.
En wat als we het virus niet loslaten?
Je kan het virus niet loslaten.
Denk je dat het virus jouw enige probleem is?
Heb je het virus expres opgelopen?
In juli 2014 werd het virus voor het eerst in Zuid-Amerika geconstateerd.
In termen van na besmetting met het virus, is de oplossing vrij standaard.
De bladluizen nemen het virus op bij het zuigen aan geïnfecteerde planten.
Het virus is hier
Wie? Alleen zij kunnen het virus doden zonder Rasmus te doden.
Heb je het virus ook?
Het virus is gemuteerd.
De oorsprong… van het virus van m'n vader.