Voorbeelden van het gebruik van Hij schoot in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik draaide me om, en hij schoot.
Hij schoot op dieren in onze tuin.
Hij schoot zo vaak omdat hij hem haatte.
Hij schoot hun banden lek en ze raakten van de weg.
Hij schoot vier kogels, terwijl er maar één voor nodig was.
Ik liep langs het raam toen hij schoot.
Hij schoot vermoedelijk zijn vriend dood om een bendeoorlog te voorkomen.
Maar hij schoot in Thailand op je.
Hij schoot z'n zus in 't been.
Hij schoot op mij.
Hij schoot twee man neer.
Hij schoot op agenten.
Hij schoot om niks op die Donnie, alleen
Hij schoot zich in zijn kaak.
Hij schoot mijn vader dood.
Hij schoot z'n zus in 't been.
Neen. Hij schoot op mij.
Hij schoot op zich zelf, En jullie wachten 45 min voordatje de politie belde.
Hij schoot de vrouw van de man neer.
Arthur Bremer. Hij schoot Wallace neer.