Voorbeelden van het gebruik van Hij trots in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als hij trots is, dan zeker.
Ik vroeg of hij trots was dat 'n oude man de schuld op zich nam.
Zou hij trots zijn.
Ik vroeg of hij trots was dat een oude man voor hem opdraaide.
Je dacht dat hij trots op je zou zijn,
Ik dacht: als we elkaar eindelijk zien… wilde ik indruk maken, zodat hij trots op me zou zijn.
Ik heb vooral carrière gemaakt voor mijn man, zodat hij trots kan zijn…
Een lichtblauwe Renault waar hij trots op was en het mooiste huis van z'n straat.
Z'n kroon, die er zelfgemaakt uitzag, waar hij trots op was… was een puntige bottenkroon.
Daar was hij trots op.
Daar was hij trots op.
Daar was hij trots op.
Wat zal hij trots zijn.
Wat zal hij trots zijn.
Daar is hij trots op.
Wat zal hij trots zijn.
Was hij trots op u?
Is hij trots op jou?
