Voorbeelden van het gebruik van Trots in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
M'n overmoed en trots hebben hem gedood.
We zijn erg trots.
Ik wil trots zijn op onze familie.
Trots komt voor de val.
We zijn trots lid van de volgende organisaties.
Hun trots Duitse verhaal stamt direct af van Perraults Franse verhaal.
Wat ben ik nu trots op je.
Wees trots op wie je bent!
Een broedplaats voor trots en hebzucht.
Ze was er trots op dat ze Amerikaanse was.
Een dag om trots te zijn.
Tranen en angsten en me trots voelen.
Ben je trots op jezelf?
Zij was een teken van zondige menselijke trots.
Geweldig.- Je bent een trots, idealistisch persoon…- Net als Stalin.
Toch was ik nog nooit zó trots.
Een vrouw. Knappe ogen, trots gezicht.
Hij heeft met trots in de Golfoorlog gediend.
De grootste zijn vraatzucht, trots, lust.
En trots Palestijn. Ik, Rhonda Modad, advocate….