Voorbeelden van het gebruik van Iets opbiechten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Phoebe, ik moet iets opbiechten.
Weet je, ik moet je iets opbiechten.
Caroline, ik moet iets opbiechten.
Ik moet iets opbiechten.
Ik moet u iets opbiechten.
Collette, ik moet je iets opbiechten.
Daarom moet ik je nu eerst iets opbiechten.
Niet nu. ik moet ook iets opbiechten.
Ik moet je iets opbiechten.
moet ik iets opbiechten.
Ik moet je iets opbiechten.
Ik moet je iets opbiechten.
Graag. Maar ik moet eerst iets opbiechten.
Absoluut. Ik moet je iets opbiechten.
Ik moet ook iets opbiechten.
Ik moet je iets opbiechten.
Darlene… mag ik je iets opbiechten?
Ik wou u iets opbiechten.
Lk moet je iets opbiechten.
Wacht. Ik moet ook iets opbiechten.