Voorbeelden van het gebruik van Ik trouw in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Denk je dat ik trouw?
Ik trouw Susy, uw dochter, mijnheer.
Ik trouw in de Kapel der Liefde?
Ik trouw alleen.
Ik trouw alleen.
Ja… oké? Ik trouw met je!
Jij koos met wie ik trouw.
En ik bepaal met wie ik trouw.
Ja… oké? Ik trouw met je!
U wilt al jaren dat ik trouw.
Voor ik trouw moet ik nog wat wilde haren kwijtraken.
Dus u wilt beslissen met wie ik trouw?
Denk je dat het beter met me gaat als ik trouw?
Dat bos moet leeg zijn voor ik trouw.
Jullie kunnen je gewoon niet veroorloven dat ik trouw en wegga.
Dat bos moet leeg zijn voor ik trouw.
Dit avontuur moet ik nog beleven voor ik trouw.
Blijf plagen en ik trouw misschien niet met je.
Ik trouw in een kerk voor jou!