Voorbeelden van het gebruik van Je keek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je keek naar je schoenen.
Je keek in de lens.
En je keek steeds naar je telefoon.
Je keek stiekem hoe ik sliep.
Alsjeblieft zeg. Je keek naar hem alsof hij een kaneelbroodje was.
Ik zag dat je keek.
Nooit. Je keek alleen maar naar me met die hele grote ogen.
Pa, je keek me aan of je me niet herkende.
Ik wist dat je keek.
Je keek me recht aan.
Je keek niet eens naar me.
Je keek naar je handen en toen naar mij.
En je keek me aan en zei:'Hoi.
Je keek in m'n ogen, maar herkende me niet.
Je keek toe hoe Burech gilde.
Je keek ongelukkig toen je me kuste.
Je keek bijna verbaasd
En ik wist het meteen. Je keek naar me.
En je keek me in de ogen en loog erover.
Je keek gisteren zo bang.