Voorbeelden van het gebruik van Je moet rusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet rusten.
Je moet rusten. Ga nu.
Ana, je moet rusten.
Je moet rusten.
Caity zegt dat je moet rusten. Echt waar.
Je moet rusten, niet werken.
Je moet rusten en slapen.
Ik weet 't, maar vergeet niet dat je moet rusten.
Philip, je moet rusten van de dokter.
Jefferson, je moet rusten.
Zoey, je moet rusten.
Pryce zegt dat je moet rusten.
Je moet rusten van de dokter.
Daisy, je moet rusten.
Ellie, je moet rusten nu.
Hup gaan. Je moet rusten.
Je moet rusten Naar de tuin?
Je moet rusten en op krachten komen.
Kom op. Je moet rusten.
Je moet rusten.- En dan?