Voorbeelden van het gebruik van Je moet rusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je moet rusten nu.
Je moet rusten.
Je moet rusten en pijnmedicatie nemen.
Je moet rusten, niet roken.
Je moet rusten.
Je moet rusten, voor jullie beiden.
Je moet rusten, Barton.
Je moet rusten, Daniel.
Je moet rusten met dat been.
Je moet rusten, slapen en goed eten.
Je moet rusten.
Kapitein, je moet rusten.
Nee, je moet rusten.
Ik heb gezegd dat je moet rusten, maar niet waarom.
Je moet rusten, goed?
Je moet rusten.
Het is al laat. Je moet rusten.
Pap, je moet rusten.
Jonathan, je moet rusten.