Voorbeelden van het gebruik van Je partner in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb je je partner verraden?
Zelfs je partner zal zeggen:
Ik ben je partner niet.
Geweldige solo of je kunt je partner de controle laten nemen.
Je partner vermoorden was lachen.
Hij heeft je partner gered.
Misschien kan je partner hem ompraten.
Samen met je partner een diamanten verlovingsring?
Dezelfde die je partner vermoordden.
Je partner heeft veel schade opgelopen,
Achtervolgingen, gênante etentjes met je partner.
Je partner is een slimme man.
Je partner is bijna net zo stoer als jij.
Als je niet met je partner samenwoont, zijn enkel jouw kinderen verzekerd.
Heeft hij je partner echt vermoord?
Van je partner.
Ja, dankzij je partner.
Ik was je partner gedurende 15 jaar.