Voorbeelden van het gebruik van Je proeven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wilde je proeven.
Ik kon je proeven.
Ik kon je proeven.
Ik wil je proeven.
Ik wil alles van je proeven.
Wil je proeven, pa?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Moet je proeven.
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven, schat? Beveiliging?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven?
Wil je proeven?