Voorbeelden van het gebruik van Eens proeven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar nu moet u onze wijn eens proeven.
Nee, ze wil het niet eens proeven.
Svid? Laten we het eens proeven.
Laat mij dat eens proeven.
Rauwe vis. Wil je eens proeven?
Wil je dit eens proeven?
Koffie? Je moet mijn siroop eens proeven.
Wacht. Laat me eens proeven.
Mag ik de Fudgey Brownie nog eens proeven?
U moet haar vistaart eens proeven.
Je moet deze meloen eens proeven.
Mag ik eens proeven?
Laat eens proeven.
Laat eens proeven.
Toch eens proeven, die pesto.- Of de mijne?
Toch eens proeven, die pesto.-Of de mijne?
Kom eens proeven.
Mag ik eens proeven?
Laat mij eens proeven.
Laat me eens proeven.