Voorbeelden van het gebruik van Koester in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik koester geen wrok tegen hem, daar gaat het niet om.
Goed, koester je leven.
Koester je wrok tegen de kapitein?
Koester elke zorgeloze minuut van het jong zijn, oké?
Ik koester veel wrok jegens je,
Ondanks alle achting die ik voor Bruno Trentin koester.
Maar ik koester geen wrok.
Ik koester geen wrok.
Ik koester onze momenten samen.
Koester wat je hebt.
Luister, Amerikaan, koester niet te veel hoop.
Koester je wrok jegens mij?
Ik koester geen wrok tegen die vrouw.
Koester deze momenten. Het kan voor 't laatst zijn.
En ik koester geen wrok tegen jou.
Ik koester geen wrok tegenover Masha.
Koester deze dagen.
Koester deze dagen met je aanbiddelijke kleine vandalen.
Koester geen hoop.
Dat beeld koester ik al een hele tijd.