Voorbeelden van het gebruik van Leen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Of een drumstel, want dat leen je van de winkel.
Na zijn dood werd Vianden in 1264 door erfeniskwesties een Luxemburgs leen.
Het ligt aan de Leen rivier.
Ik leen niks wat ik niet kan aflossen.
Leen me wat geld.
Ik leen je geen geld meer.
Ik leen de motor van de dokter.
Bezwaar als ik je assistent leen?
Ik leen alleen even je broodrooster.
Ik leen geld voor mijn wiet!
Leen 't me… je krijgt 't terug.
Lk leen 'm even.
Lk leen 't je wel.
Als je geld vraagt aan de speelgoedmaker, leen dan iets extra's voor mij.
Leen me straks maar een paar duizendjes?
En het leen van deze 3, wat dus een 2 wordt.
Hanni, leen me een jurk.
Leen me wat… je krijgt 't terug.
Ik leen je geen geld.
Nou, ik leen Mr. Salter's shirt