Voorbeelden van het gebruik van Logeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We logeren allemaal bij hem.
Kan ik bij jou logeren?
Hij kan bij mij logeren.
Gasten kunnen in Readyset Southbank appertement logeren tijdens hun bezoek van Melbourne.
Ja, ik heb een vriend waar ik kan logeren.
En bedankt dat ik bij je mocht logeren.
We logeren in 't Lazy J Motel.
Waar logeren we?
Als ze hier verdelgingsmiddel gaan spuiten… moeten de kinderen en ik ergens logeren.
Jason, kan ik een poosje bij jou logeren of niet?
Van Balsan mag ze twee dagen bij hem logeren.
We kunnen bij m'n ouders logeren.
Natuurlijk kan je hier logeren, papa.
Fijn dat Day bij oom Shrimp kon logeren.
Vrienden logeren bij elkaar.
We logeren bij ene Denis.
Iemand bij wie je een paar nachtjes kunt logeren?
Kom maar bij mij logeren.
Ze kan met Thanksgiving bij mij logeren.
Sigrid wil met kerst graag bij mij en Iben logeren.