LOGEREN - vertaling in Duits

wohnen
wonen
verblijven
logeren
leven
zitten
huisvesting
bleiben
blijven
houden
zijn
logeren
nog
übernachten
verblijven
slapen
overnachten
logeren
doorbrengen
overnachting
overnacht
nacht
schlafen
slapen
naar bed
vrijen
seks
logeren
in slaap
pennen
slapen
logeren
blijven
pitten
bed
Aufenthalt
verblijf
verblijfplaats
bezoek
te verblijven
accommodatie
bewoning
oponthoud
logeren
unterkommen
blijven
logeren
slapen
wonen
onderdak
verbringen
doorbrengen
besteden
door te brengen
zijn
blijven
zitten
spenderen
slijten
samen
overbrenging
sind
zijn
zitten
staan
unterkriechen
logeren

Voorbeelden van het gebruik van Logeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
We logeren allemaal bij hem.
Wir wohnen alle bei ihm.
Kan ik bij jou logeren?
Kann ich eine Weile bei dir unterkommen?
Hij kan bij mij logeren.
Er kann bei mir pennen.
Gasten kunnen in Readyset Southbank appertement logeren tijdens hun bezoek van Melbourne.
Gäste von Melbourne City werden ihren Aufenthalt im Apartment Readyset Southbank genießen.
Ja, ik heb een vriend waar ik kan logeren.
Ja, ich habe eine Freundin, bei der ich schlafen kann.
En bedankt dat ik bij je mocht logeren.
Und danke, dass ich bei dir bleiben durfte.
We logeren in 't Lazy J Motel.
Wir sind im Motel. Wann immer Sie wollen.
Waar logeren we?
Wo übernachten wir?
Als ze hier verdelgingsmiddel gaan spuiten… moeten de kinderen en ik ergens logeren.
Da die das Haus mit Pestiziden einnebeln werden… müssen die Kinder und ich irgendwo unterkommen.
Jason, kan ik een poosje bij jou logeren of niet?
Jason, kann ich bei dir für eine Weile pennen oder nicht?
Van Balsan mag ze twee dagen bij hem logeren.
Zur„Strafe“ müssen sie zwei Stunden bei ihm verbringen.
We kunnen bij m'n ouders logeren.
Wir könnten bei meinen Eltern wohnen.
Natuurlijk kan je hier logeren, papa.
Natürlich kannst du hier schlafen, Papa.
Fijn dat Day bij oom Shrimp kon logeren.
Gut, dass Day bei Onkel Shrimp bleiben konnte.
Vrienden logeren bij elkaar.
Freunde übernachten beieinander.
We logeren bij ene Denis.
Wir sind bei diesem Typen, Denis.
Iemand bij wie je een paar nachtjes kunt logeren?
Gibt es gar keine Bekannten, bei denen Sie unterkommen können?
Kom maar bij mij logeren.
Kannst bei mir pennen.
Ze kan met Thanksgiving bij mij logeren.
Thanksgiving kann sie bei mir wohnen.
Sigrid wil met kerst graag bij mij en Iben logeren.
Sigrid will Weihnachten mit mir und Iben verbringen.
Uitslagen: 829, Tijd: 0.0808

Logeren in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits