Voorbeelden van het gebruik van Maaien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Misschien ga ik wel het gras maaien.
Wiens gras was je aan het maaien?
Ik ga het gazon maaien.
Ik ga het gras niet maaien.
Leuk. Ik ga het gras maaien.
En 's maandags moet ik 't gras maaien.
Je mocht 't gras niet maaien.
Weet je, ik denk dat ik morgen het gras ga maaien.
Ik ga even het gras maaien.
Misschien ga ik het gras maaien.
Als ik uw gazon een keer moet maaien.
Ik wil het gras maaien.
Ik ga het gras maaien.
ik het gras mocht maaien.
Je zou het gras maaien.
Je kunt het de hele dag maaien.
Wie gaat het gras maaien?
Ik ga de tennisbaan maaien.
Ik moet de mannen spreken die uw gras maaien.
Ga het gras maaien.