Voorbeelden van het gebruik van Marcheren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
bevers niet kunnen marcheren.
Heeft jullie Führer je niet geleerd hoe je moeten marcheren?
Broers, vaders, zonen… We marcheren.
Een leger in vodden die marcheren op houten schoenen.
Ze plunderen niet, maar marcheren alleen.
Maar vanavond zijn ze kapot… en marcheren jullie op blote voeten.
Of ze kunnen ons arresteren. We kunnen zonder incidenten marcheren.
Prima, dan mogen jullie allemaal samen naar de hel marcheren!
En na de overwinning marcheren we richting Oosten.
met Gumm-Gumm horde voor ons aan 't marcheren!
En nu jazz-armen bij het marcheren.
Ik ben langs de rivier gelopen, de hele stad is aan het marcheren.
Als we morgen marcheren en terugkeren.
Wij marcheren.
We marcheren.
Ze helpen de mannen bij het marcheren.
Ze helpen de mannen bij het marcheren.
Ik kan aan nieuwe lichamen komen. Ik zal naar de hel marcheren.
Ik moet naar binnen, want ik ben aan het marcheren en stampen!
Wij marcheren naar de oorlog!