MARCHEREN - vertaling in Spaans

marchar
gaan
vertrekken
marcheren
weg
weggaan
verlaten
lopen
oprukken
wegging
ervandoor
de marcha
van versnelling
van verloop
marcheren
mars
marching
door te lopen
gait
running
van maart
aan de gang
marchan
gaan
vertrekken
marcheren
weg
weggaan
verlaten
lopen
oprukken
wegging
ervandoor
desfilan
paraderen
lopen
marcheren
voorbij
marchando
gaan
vertrekken
marcheren
weg
weggaan
verlaten
lopen
oprukken
wegging
ervandoor
marchen
gaan
vertrekken
marcheren
weg
weggaan
verlaten
lopen
oprukken
wegging
ervandoor
desfilar
paraderen
lopen
marcheren
voorbij

Voorbeelden van het gebruik van Marcheren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Pelgrims die marcheren onder het vaandel van Christus.
Los peregrinos que marcharon bajo el estandarte de Cristo.
Hij en Urbino zullen naar het noorden marcheren.
Él y Urbino marcharán hacia el norte.
Valdivia was zich ervan bewust dat marcheren zuiden.
Estaba en conocimiento que Valdivia marchaba hacia el sur.
Weet je, laat iemand anders maar marcheren.
Que alguien más marche.
U laat deze Franse legers naar Rome marcheren en doet.
Dejará que el ejército Francés marche hacia Roma, y hará.
Ik zeg dat we de wapens moeten grijpen en met z'n duizenden naar Londen moeten marcheren.
¡Digo que cojamos armas y marchemos a Londres en miles!
Ze laten de mensen niet marcheren op Tianmen Square.
No dejan que la gente marche en la Plaza Tianamen.
Als Johnny naar huis komt marcheren.
Cuando Johnny marche de regreso… a casa.
Op het pad dat ze voor ons hebben verlicht, marcheren we naar de vrijheid.
En el camino que han iluminado ante nosotros marchamos hacia la libertad.
Zelfs de hersenloze ademhappers van Padua High marcheren op de toon der gerechtigheid.
Hasta los estúpidos escupe-aire de Padua marcharán con la melodía de la justicia.
Laat die man marcheren.
Dejen que el hombre marche.
Ik zeg dat we naar het gemeentehuis marcheren.
¡Yo digo que marchemos al ayuntamiento!
Marcheren dan maar.
Entonces empecemos a marchar.
De vrije mannen van de wereld marcheren samen naar de overwinning.'.
¡Los hombres libres del mundo están marchando juntos hacia la Victoria!».
Ook mannen marcheren mee in de Burgerrechtenbeweging en zeggen.
Encontramos hombres en las filas del movimiento de Derechos Civiles diciendo.
We marcheren en betogen tegen de oorlog.
Nos manifestamos y protestamos contra la guerra.
We zullen als leerlingen samen marcheren om voor ons leven te smeken.”.
Vamos a marchar juntos como estudiantes que suplican por sus vidas”.
Maar jullie marcheren dan als soldaten.
Pero usted estará marchando como soldado.
Marcheren… en zingen!
A marchar… y canten!
Franse troepen marcheren richting Rome.
Veinticinco mil tropas francesas están marchando hacia Roma.
Uitslagen: 564, Tijd: 0.0749

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans