Voorbeelden van het gebruik van Mij vertrouwen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je kan mij vertrouwen.
Gewoon jezelf zijn en mij vertrouwen. Niets.
Je kunt mij vertrouwen.
Je kunt mij vertrouwen.
Ik wil dit geld net zo graag als jij. Je moet mij vertrouwen.
Hij moet mij vertrouwen.
Maar, Adidja, je kunt mij vertrouwen.
Je kunt mij vertrouwen.
Nu moet u mij vertrouwen.
Hij kan mij vertrouwen.
Nu moet je mij vertrouwen.
En waarom zou jij mij vertrouwen?
Nu moet jij mij vertrouwen.
Jij moet mij vertrouwen.
Maar jij moet mij vertrouwen.
Maar, Carla, je kan mij vertrouwen.
En je kunt mij vertrouwen.
Tilly, je kunt mij vertrouwen.
Nee, jij moet mij vertrouwen.
Een andere reden die mij vertrouwen inboezemt: de vorderingen met de technische voorbereidingen.