Voorbeelden van het gebruik van Mij wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laat ze bij mij wonen.
En nu wil je wel met mij wonen?
Je komt bij mij wonen.
Jullie komen allemaal bij mij wonen.
Je komt bij mij wonen.
Je komt bij mij wonen.
maar je mag bij mij wonen.
Jullie kunnen niet bij mij wonen.
Ze kan bij mij wonen.
Ik laat je bij mij wonen.
Greg gaat bij mij wonen.
Ze komen bij mij wonen.
Je kunt bij mij wonen.
Ze moet op dit moment bij mij wonen, oké?
Ze gaat niet bij mij wonen, ze trekt bij Chaz in.
Die mag best naast mij wonen.
Je komt bij mij wonen.
Intussen kan Gholam bij mij wonen.
En zo kwam tante Robin bij mij wonen.
Kom bij mij wonen.