Voorbeelden van het gebruik van Naamloos in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We hadden naamloos moeten zijn.
Naamloos dode Russische dame,
Naamloos en ongewapend.
Een verborgen, naamloos graf dat niet op een officiële lijst staat.
En naamloos. Hetzelfde tijdstip.
Hier ga ik naamloos dood.
Twaalf daarvan zijn naamloos.
Echter, vele andere slachtoffers blijven naamloos.
die stuurt je iets naamloos.
Geheim agenten blijven naamloos.
Daarom mogen gegevens alleen naamloos worden doorgegeven.
Fuxi's prachtige uitvinding nog steeds naamloos was!
Eerste kwestie: een zeker lid van deze bemanning, die naamloos zal blijven,
Kinderen van Pieter en Maria: 1 Naamloos Lambrecht, geboren op zaterdag 18 juni 1881 in Outer.
Kinderen van Maria en Petrus: 1 Naamloos Raes, geboren op donderdag 15 december 1791 in Outer.
Meester Naamloos… Ik ben slechts een nederige dienaar… maar mag ik iets zeggen?
Meester Naamloos, ik ben maar 'n nederige dienares…… maar sta me toe u iets te zeggen.
Eerste kwestie… een bepaald lid van de tuigage bemanning, die naamloos zal blijven,
op een andere frequentie is naamloos.
Ik maak nu al 20 jaar frittata al sinds het me is geleerd tijdens een naakt weekend met een Italiaanse filmster die natuurlijk naamloos zal blijven.