Voorbeelden van het gebruik van Oh god in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Arm kind. Oh God.
Er was bloed, oh God.
Je mag niemand iets vertellen. Oh God.
Clayton… mijn God. Oh God.
Oh god, het huwelijk van je vriend.
Oh god, mijn Filiberti was een van die.
Oh god, oh m'n god, wat erg.
Nee, mevrouw. Oh god, waar gaat dit dan allemaal over?
Oh god, eh… Nou, ik hou van dronken dansen.
Sorry, Robin. Oh god, ik wist dat zoiets zou gebeuren.
Oh god, net wat ze heeft ontwikkelt.
Oh god, het druipt.- Niet grappig.
Oh god, is dat racistisch?
Oh god, maar waarom? Weg!
Oh god, dit doet pijn.
Oh god, nee, dat… Dat heb je toch niet gedaan.
Oh god, het huis verkopen?
Oh god, dit wordt een lange avond.
Oh god, je krijgt een koortslip.
Oh god, je bent echt een spook.